In Nederland zijn er zo’n 1.000 mensen met een bepaalde vorm van diabetes waardoor zij alleen kunnen (over)leven met een implanteerbare insulinepomp. De te ontwikkelen implanteerbare DiaLin is van levensbelang voor deze mensen.
Bovendien tonen cijfers aan dat een grote groep patiënten een betere kwaliteit van leven zou hebben wanneer zij gebruik kunnen maken van deze nieuw te ontwikkelen, revolutionaire pomp. Nu hebben zij een leven vol ziekenhuisopnamen en grote afhankelijkheid. Uiteindelijk kost dat veel meer.
Crowdfunding
Via crowdfunding wordt geprobeerd genoeg geld bij elkaar te krijgen voor het ontwerpen en het testgereed maken van de DiaLin. Hiervoor is een bedrag nodig van ongeveer anderhalf miljoen euro. De kosten kunnen relatief laag gehouden worden omdat de medewerkers van IPaDiC die zich hiervoor inzetten, geen vaste inkomsten uit het project verkrijgen; zij werken als vrijwilliger.
Veelgestelde vragen
Dit is een korte samenvatting van de film — bekijk de video hierboven voor het volledige verhaal.
Wat is het verschil tussen de oude en de nieuwe insulinepomp?
De oude pomp was van titanium, ongeveer 8 bij bijna 2 centimeter dik, met twee openingen voor het vullen en spoelen, en stak duidelijk uit onder de huid. De nieuwe pomp is modulair en bestaat uit twee delen: een reservoirgedeelte voor de insuline en een gedeelte met de elektronica waaraan de slang naar de buik vastzit.
Hoe wordt de nieuwe insulinepomp in het lichaam geplaatst?
Het reservoirdeel heeft de vorm van een zalmmoot, passend bij de anatomische welving van de buikwandspieren, en wordt in het spierkapsel geschoven zoals een brief in een envelop. Het vulgedeelte komt dicht onder de huid te liggen, zodat het onder lokale verdoving te verwijderen en aan te passen is.
Hoe wordt de batterij van de nieuwe insulinepomp opgeladen?
De nieuwe pomp heeft een kleinere oplaadbare accu die via inductielading door de buikwand heen wordt opgeladen, net zoals bij telefoons. Dat hoeft ongeveer eens per 3 a 4 weken en het batterijleven zou 10 tot 15 jaar kunnen worden.
Hoe worden de gegevens van de insulinepomp gemonitord?
De pomp stuurt data over de werking en het suikerniveau via sensormetingen automatisch en direct naar het Kenniscentrum, waar een diabetesverpleegkundige en een gespecialiseerde internist zitten. Daardoor kan het Kenniscentrum soms eerder dan de patient zelf zien dat er iets verandert en kan het contact opnemen met de patient of met hulpdiensten.